Ynmar Oldenburger baalt. De keeper van CSVH is net in de vorm van zijn leven, en nu is de verdediging voor hem weer bagger. Al 29 keer heeft Oldenburger moeten vissen, in niet meer dan negen wedstrijden.
“Het frustreert gigantisch. Ik pak ballen die ik vorig seizoen in geen honderd jaar had gepakt, en nu staan er een paar jongens voor me die moeite hebben op dit niveau.”
En eind vorig seizoen ging het nog zo lekker. In de promotiewedstrijden werd VVG nog de eerste nederlaag van het seizoen toegebracht en werd via zeges op SVN (Nieuwlande) promotie naar de derde klasse bereikt. “Het liep toen fantastisch”, volgens Oldenburger. Maar de CSVH-defensie raakte een deel van de linie kwijt. De belangrijkste is Martin Mosselaar. Die heeft vanwege werk en kinders minder tijd en speelt nog mondjesmaat mee. Oldenburger mist hem vreselijk. “Als Martin voor me stond werd er goed gecoacht en goed ingegrepen. Nu is het veel moeilijker.” Toch kan de goalie het zijn mannen ook niet te kwalijk nemen. “Het zijn jonge jongens die in principe goed kunnen voetballen. Maar ze zijn dit niveau niet gewend en zeker niet de strijdwijze van de Friese ploegen die we nu tegenkomen. We komen vooral op fysiek gebied veel tekort. En qua slimheid moet er ook nog veel gebeuren. Dan stormen ze met twee verdedigers af op een aanvaller, die zo een vrijstaande teamgenoot vindt. Dat soort dingen.”
Toch ziet Oldenburger er nog wel een gat in. “Ik blijf erop vertrouwen dat we ons kunnen handhaven in deze klasse. Individueel hebben we genoeg voetballende kwaliteiten. Maar het komt er nog niet genoeg uit en door de vele verliespartijen is het zelfvertrouwen gezakt tot een nulpunt. De jongens moeten dit jaar gewoon heel veel leren.”










