Ik speel weer

Door Gert Boerema

‘Ik speel weer’

 

Tijdens het gesprek vertelt Walter Hartlief (op 9 april wordt hij 30 jaar) sfeergevoelig te zijn. Walter vindt het beslist niet pijnlijk om over zijn abrupt afgebroken carrière te praten. Het liefst kiest hij voor een gesprek in een voor hem vertrouwde sfeerrijke omgeving. Van zijn studieperiode in Groningen kent hij een aantal aardige etablissementen. Hij kiest voor een ontmoeting in het gezellige café Hooghoudt aan de Grote Markt in Groningen. Walter is er bekend bij diverse mensen. Bij zijn binnenkomst worden met de barkeepers diverse handjes geschud. Walter stelt voor om boven waar het een stuk rustiger is, maar waar wel de stampende muziektonen op een overigens niet onprettige manier doordringen, met elkaar van gedachten te wisselen. Tijdens het gesprek leunt Walter ontspannen achterover leunend, hij zoekt weloverwogen de juiste zinsconstructies en komt gaandeweg het gesprek steeds beter in zijn rol. Walter geniet ervan om over zijn carrière en de randzaken te babbelen. Hij wijdt serieus uit over onder andere het grote dieptepunt uit zijn carrière. Vanwege afgescheurde kruisbanden moest hij ongeveer een jaar geleden abrupt stoppen met voetballen op het hoogste (amateur)niveau. Ergens middenin zijn verhaal beginnen zijn ogen opeens opvallend te twinkelen. “Ik voetbal weer”, zegt hij plotseling met een brede glimlach. “Ik speel en train een beetje met Amicitia/VMC 3. Ik kon het toch niet missen.” Uit dit antwoord blijkt de passie die Walter altijd had en nog steeds heeft voor zijn sport. Praten over voetbal, zijn familie, zijn plotselinge verdwijning uit de top van het amateurvoetbal, zijn ambities, zijn gevoeligheid voor sfeer komen in het gesprek in vogelvlucht aan de orde.

 

De fatale tijding

Walter kwam vlak voor het seizoen 2009/2010 nog met Oranje Nassau op de teamfoto. Het bleek helaas tevergeefs te zijn, want Walter kwam nooit meer in actie bij de zaterdaghoofdklasser. Tijdens de laatste competitiewedstrijd van het seizoen ervoor bij The Knickerbockers kreeg hij na een onschuldig duelletje een raar gevoel in zijn knie. Bij een bezoek aan de dokter en later in het UMCG bleek dat er vocht in de knie zat. Pas na twee maanden bleek tijdens en controlebezoek dat de achterste kruisband gescheurd was. Walter hoopte in eerste instantie ooit weer te kunnen voetballen. De arts vertelde Walter dat het beter was om niet meer te voetballen. “Toen schrok ik wel behoorlijk”, weet Walter deze catastrofale tijding nog heel goed te herinneren. “Het was niet zo dat mijn wereld instortte, maar ik kreeg er wel een klap van.”

Walter gaf het echter niet definitief op en vroeg na verloop van tijd een second opinion in het Martiniziekenhuis. Daar vertelde men dat voetbal mogelijk was, maar niet erg verstandig. Walter was na die tijding verstandig en liet het voetbal op topamateurniveau schieten. “Ik heb me er bij neergelegd”, vertelt Walter. “Gelukkig kan ik nog wel een balletje bij Amicitia/VMC 3 trappen, maar ik moet de duels wel een beetje vermijden. Het was ‘kloten’, maar gelukkig kan ik relativeren.”

 

Ambitie

De ambitie om terug te keren is voorbij voor Walter. Hij vindt het al geweldig dat hij op een lager niveau toch weer betrokken is bij zijn grote hobby. “Het voetballen is niet alleen het plezier van het spelletje, maar alles wat er omheen gebeurt, is ook geweldig mooi. Daar kwam ik achter toen ik voor de eerste keer meetrainde met Amicitia/VMC.”

 

Carrière

Op vijfjarige leeftijd mocht Walter af en toe meetrainen bij SGO in zijn toenmalige woonplaats Grolloo. “Ik herinner me er weinig van, maar ik denk dat ik altijd al met een bal bezig was”, zegt Walter.

Toen Walter zes jaar was verhuisde de familie Hartlief naar Gieten. Hij werd lid van de plaatselijke voetbalvereniging en kreeg er zelfs training van zijn vader Jan Hartlief, ooit een snelle buitenspeler. “Hij wilde me juist niet voortrekken. Af en toe kreeg ik van hem op mijn ‘flikker’. Hij was echter een goede trainer en beslist fanatieker dan ik”, herinnert Walter zich nog heel goed. Walter maakte diverse kampioenschappen bij Gieten mee. Toen hij in B1speelde werd hij door trainer Derk Jan Tepper gebeld om in A1 van Achilles 1894 te komen spelen. Walter bleef er twee jaar. “We werden meteen kampioen van de derde divisie. Ik zat in Assen op school, maar woonde nog in Gieten. Daarom mocht ik Bij Tepper altijd eten. Hij had werkelijk alles voor zijn voetballers over. Dat voelde ik echt als een stuk waardering.”

Vervolgens werd Walter door de BV Veendam benaderd. Hij speelde er slechts één seizoen in het A elftal. “Het was niet zo ’n goed seizoen”, blikt Walter terug. “Ondanks een liesblessure speelde ik wel meestal. Ik stond centraal achterin. Dat is echter vanwege mijn geringere snelheid niet mijn positie. Ik moest aan het eind van het seizoen weg. Ik had het wel zien aankomen. Desondanks was het een leuke tijd. We speelden ook wel eens in het westen. Onze aanvoerder was een echte Oost-Groninger. Hij kon heel fanatiek in het Gronings schelden. ‘Kom op stelletje douken met mekoar of diksnoete’, kraamde hij er regelmatig uit. Onze tegenstanders keken elkaar dan verbaasd aan. Ik schaamde me er wel eens voor.”

De volgende vereniging van Walter werd zaterdagclub LTC uit Assen. “Ik wilde het liefst op zaterdag spelen. Dan kon ik ’s avonds ook op stap gaan”, vertelt Walter over de overgang naar LTC. Walter beleefde er vijf prachtige jaren. Vooral aan trainer Jan Rozema hield hij prachtige herinneringen over. Hij was een aardige relaxte trainer. We hadden een jonge groep. Daarom werden we wel eens in de krant ‘de Rozema-baby’s genoemd. We draaiden mee bovenin de tweede klasse en zijn één keer op een haar na promotie misgelopen. De laatste jaren werden de prestaties iets minder, maar de sfeer was er geweldig. Dat beviel me, want ik ben erg sfeergevoelig.”

Walter studeerde in die periode in Groningen. Op het laatst werd het steeds moeilijker om voor de trainingen steeds naar Assen te reizen. Een studiegenoot haalde hem over om bij The Knickerbockers te komen spelen. In het eerste jaar speelde Walter hoofdzakelijk in het tweede elftal. “Dat begrijp ik nu nog steeds niet”, zegt Walter. In het tweede jaar veroverde hij wel een basisplaats in de hoofdmacht. “Het was een fantastische tijd”, beschrijft Walter de periode bij de studentenploeg. “Ik had het misschien wel eerder moeten doen. Het kampioenschap bij The Knickerbockers was het absolute hoogtepunt uit mijn carrière. Het werd een geweldig feest tot diep in de nacht.”

Na het succesvol afronden van zijn studie sociologie kwam dus het eindstation bij Oranje Nassau. “Ik bleef ondanks de kapotte meniscus wel het hele jaar lid. Het voetballen was voor mij voorbij. Op een gegeven moment had ik ook geen zin meer om steeds aan de kant te gaan staan.”

 

Familie

De familie van Walter heeft tijdens zijn voetbalcarrière altijd een belangrijke rol gespeeld. Walters ouders Jan en Willy waren meestal present tijdens de wedstrijden van hun zoon en opa en oma waren er bij de thuiswedstrijden meestal ook. “Opa en oma waren zelfs bekend bij de spelersgroep. Als ze er eens niet waren kreeg ik altijd opmerkingen van mijn ploeggenoten.  Mijn andere opa kwam op een gegeven moment niet meer kijken. Het werd hem vanwege zijn hoge bloeddruk vaak te veel, maar hij belde me na afloop van de wedstrijd wel altijd op. Mijn vader was denk ik de fanatiekste van mijn familieleden aan de kant. Hij leefde altijd enorm mee. Vaak praatten we thuis verder over het voetbal door . Mijn moeder hield zich er dan meestal buiten. Mijn twee zussen kwamen ook regelmatig kijken. Die vonden het erg leuk. Ze hielden van voetbal en hebben zelfs ook bij een vereniging gespeeld.”

 

Leven na ’topvoetbal’

Walter heeft na de ongelukstijding de draad van het ‘normale’ leven gewoon weer opgepakt. Hij is in een fase van het leven gekomen dat het gemakkelijker is om te relativeren. Voetballen is leuk maar populair gezegd zijn er andere belangrijke zaken in het leven vindt Walter. Als passief toeschouwer is hij nog steeds helemaal gek van het spelletje. Logisch dat hij als inwoner van ‘De Stad’ een seizoenkaart van FC Groningen heeft. Walter verheugt zich altijd op de thuiswedstrijden van ‘De trots van het noorden’, ook al gaat het de laatste tijd wat minder. Zijn vriendin Lusanne was na de fatale tijding van zijn blessure zijn steun en toeverlaat. “Zij studeerde ook in Groningen en ze voetbalde ook bij The Knickerbockers. Tijdens die fatale periode toen ik tussen hoop en vrees leefde, was ze een enorme steun voor me.”

 

 

 

Deel dit bericht

Deel het bericht

Facebook
WhatsApp
X
LinkedIn
Email een vriend

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer van Gert Boerema

Herman van Bruggen achter de tab bij v.v. Veenhuizen

Van de grote stad naar het platteland

De hectiek van de grote stad werkt vooral op jongeren als een magneet. Toch gebeurt het ook vaak dat mensen na hun wilde jeugdjaren juist

vv Muntendam 100 jaar voetbal

Muntendam bestaat in mei honderd jaar

De voetbalvereniging Muntendam, ooit opgericht door Sander Hoving, bestaat op 20 mei van dit jaar precies honderd jaar. De voorbereidingen voor een groots jubileumfeest zijn