Na zijn actieve carrière bij VVK, die door een knieblessure een jaar of vijf geleden abrupt ophield, stortte Sjirk Weersing (55) zich helemaal op het speciale vak van keeperstrainer. De keeper van het eerste en de keepster van de dames worden elke dinsdagavond op het sportpark van VVK door hem onder handen genomen. “Ook andere keepers die zich aandienen kunnen training van mij krijgen”, vertelt Weersing.
De ervaren rot heeft helemaal een eigen methode ontwikkeld om te trainen. Daarbij gaat hij vooral uit van zijn eigen ervaringen. “Ik heb nooit een cursus gevolgd”, legt Weersing uit. “Ik heb uit mijn veertig jarige carrière van elke trainer wel wat opgestoken. Ik gebruik echter ook wel eens oefeningen van keeper Frans Hoek. Meestal bedenk ik vlak voor de training wat ik allemaal ga doen.”
Voor de training volgt er echter altijd eerst een gesprek tussen Weersing met de keepers. “We nemen dan de vorige wedstrijd door. Wat er niet goed ging proberen we door trainingen te verbeteren.”
Bij de wedstrijden komt Weersing echter niet of nauwelijks kijken. “Dat wil ik ze niet aandoen”, zegt hij. “Als ik aan de kant sta beginnen ze te bibberen van de zenuwen. Bovendien ben ik een echte mooiweerkijker. Ik ben twee keer wezen kijken en toen ben ik er ook twee keer ziek van de kou weggekomen.”
Weersing is vrijwel zijn hele leven keeper geweest. Alleen in het begin en een kleine periode tijdens de senioren liep hij als veldspeler achter een bal aan te hollen. “Toen ik begon moest ik na drie wedstrijden in het doel, omdat onze keeper geblesseerd uitviel. Dat beviel me meteen goed. Ik kreeg toen ik in het eerste elftal van VVK speelde een beetje bonje met de trainer. Ik heb toen een tijdje in het vierde elftal gevoetbald.”
Weersing speelde overigens niet erg lang in de hoofdmacht van VVK. “De gebroeders Henk en Fred ter Arkel waren gewoon beter dan ik. Het tweede elftal speelde echter ook op een hoog niveau. Ze hebben me wel eens bij andere clubs gevraagd. Ik speelde echter liever in het tweede van VVK dan in het eerste van een andere club”, geeft hij de voorliefde voor VVK aan.”
Zijn mooist herinneringen bewaart Weersing aan de juniorentijd bij VVK. “Ik was dertien jaar en aanvoerder van B2. Bij de stand 1-1 stopte ik een strafschop. Vlak voor tijd kregen wij een strafschop. Ik nam hem en hij zat er mooi in. Daardoor wonnen we met 2-1. Zoiets vergeet je nooit meer”, zegt hij met enige trots.
Weersing zegt de onvergetelijke Tony van Leeuwen als zijn grote voorbeeld te beschouwen. Maar hij genoot ook van keepers met sterk voetenwerk als Jan Nordström, de opvolger van Van Leeuwen. “Nu vind ik Piet Veldhuizen van Vitesse een goede keeper. Dat is ook zo’n keeper met sterk voetenwerk.”












