Lesmond Prinsen (38) is als trainer aan zijn tweede en laatste seizoen bezig bij zondag eersteklasser Nieuw Buinen.
De in Haren woonachtige voormalige ex profvoetballer van BV Veendam, FC Emmen en FC Almere, en nu nog steeds samen met een aantal ex-profvoetballers spelend bij OZW, kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn periode bij Nieuw Buinen. Prinsen zegt als trainer ambitieus te zijn. “Ik wil als trainer ooit het hoogste papiertje halen”, spreekt hij ambitieus uit.
Hoe is het je bij Nieuw Buinen bevallen?
“Het was een leerzame periode. Na mijn periode als jeugdtrainer bij BV Veendam is het met amateurs toch anders werken. Ik kwam in aanraking met de meest uiteenlopende zaken. Het was een uitdaging om oplossingen te zoeken. Gelukkig zijn er actieve vrijwilligers bij Nieuw Buinen. Die mensen verdienen echt een pluim.”
Wat is je mening over het elftal?
“Het maximale is er volgens mij uitgehaald. Het was doodzonde dat we het vorige seizoen net niet konden redden in de hoofdklasse. Nu moet men proberen om een stabiele eersteklasser te worden. Het proces naar de hoofdklasse moet in mijn ogen binnen de vereniging ontwikkeld worden. Dat moet van jong tot oud uitstralen. Met eigen jeugd kan dan misschien in de toekomst de stap naar de hoofdklasse weer gemaakt worden.”
Wat ga je het volgende seizoen doen?
“Ik word hoofdtrainer bij Velocitas. Die vereniging heeft ambitie. De kans is groot dat Velocitas promoveert naar de eerste klasse. Het is een talentvolle groep.”
Hoe ver reikt je ambitie in het trainersvak?
“Ik ben van plan me in de toekomst op te geven voor de cursus Trainer-coach Betaald Voetbal. Het voordeel is dat ik zelf betaald voetbal heb gespeeld. Aan de andere kant laat ik mijn maatschappelijke positie (Prinsen werkt bij Veilig Verkeer Nederland) niet zomaar schieten. Mijn vrouw en mijn dochters Maxime (7) en Amada (4) staan bovendien voorop.”
Heb je de ambitie van het trainersvak van je vader (Henk Prinsen was jarenlang een alom gerespecteerde voetbaltrainer) meegekregen?
“Wij delen veel informatie. Mijn vader heeft soms wel een andere kijk dan ik op bepaalde trainingsmethodes. Ik probeer altijd vernieuwend te zijn. Toch hebben we ook heel veel gelijke ideeën.”
Welk voetbalmoment uit je carrière blijft je het meest bij?
“Dat was tijdens de tweede helft tegen FC Groningen. Ik was wegens gescheurde kruisbanden twee jaar buitenspel gebleven. Ik begon als reserve, maar na rust gaf trainer Azing Griever het sein om warm te lopen. Het publiek begon massaal te klappen. Ik kreeg er enorm kippenvel van. Dat had uiteraard te maken met die twee lange jaren van ellende.”











