Is het zaterdagrecht van gisteren ?

Het belangrijkste bezwaar van veel zondagclubs bij de plannen voor de topklasse zoals dat afgelopen mei is afgeschoten is het feit dat zondagclubs zich te allen tijde moeten aanpassen aan zaterdagclubs. Dat is een legitiem bezwaar. Waarom zou de ene club haar favoriete speeldag moeten inleveren en de andere club niet. Hoewel dit riekt naar discriminatie, heeft de KNVB het niet aangedurfd om het zaterdagrecht aan te kaarten, waarschijnlijk om de tegenstand bij de toch al niet enthousiaste zaterdagclubs niet nog groter te maken. In het nieuwe voorstel dat nu volgens berichten uit de wandelgangen in de maak is, wordt de vermenging van zaterdag- en zondagclubs daarom alweer losgelaten.

Door: Rene Waning

Op het aankaarten van het “”zaterdagrecht”” rust duidelijk een taboe. Maar is het niet realistisch om een recht uit de jaren veertig eens te toetsen aan de tand des tijds, zeker nu dit een forse praktische belemmering is gebleken bij de gewenste hervorming van de Nederlandse voetbalorganisatie?

De opsplitsing tussen zaterdag- en zondagvoetbal zoals die bestaat in Nederland is uniek in de wereld. Kunnen we daaruit concluderen dat Christenen in Nederland strikter in de leer zijn dan elders? Het lijkt me een stelling die nauwelijks houdbaar is. Deze splitsing is niet een bewijs van vergaande vroomheid, maar n van de langst bewaard gebleven restanten uit de tijd van de verzuiling. En laat die verzuiling nu net een typisch Nederlands verschijnsel zijn.

Even een korte geschiedenisles. Tot 1940 waren er naast de “”neutrale”” KNVB voetbalbonden voor de verschillende zuilen: de katholieke RKF en de protestant christelijke CNVB waren daarvan de belangrijkste. Kort na het uitbreken van de tweede wereldoorlog werden alle bonden samengebracht met het idee dat n centraal georganiseerde bond in de bezettingstijd sterker zou staan. De bonden die toetraden tot de moederbond bedongen bij die geforceerde fusie wel hun eigen rechten. Zo verworven de clubs die waren aangesloten bij de CNVB het recht om niet op zondag te hoeven spelen, vanwege hun Christelijke achtergrond. We spreken dus over een regeling van bijna zeventig jaar geleden. Een toetsing van het recht aan de veranderende maatschappij is nooit actueel geweest, ook al omdat daartoe geen noodzaak is geweest. Nu is het moment wel daar.

Allereerst zijn er grote verschillen tussen de clubs. In de zaterdaghoofdklasse hebben veel clubs nog altijd een zeer sterke Christelijke signatuur, maar is er ook een aantal clubs bij wie dat stempel een stuk minder prominent aanwezig is (FC Lisse, Noordwijk, Harkemase Boys) of zelfs volledig ontbreekt (Ajax, Volendam, PKC’83). Voor een aantal zaterdagclubs is het zaterdagrecht dus zelfs in het geheel geen principieel uitgangspunt.

Daarnaast is het aardig om eens te kijken naar de selecties van de hoofdklassers. Hoewel de ontkerkelijking sinds de jaren zestig een enorme vlucht heeft genomen, heeft het orthodoxe protestantisme – waarbinnen zich de grootste groep “”gewetensbezwaarden”” zal bevinden – redelijk stand gehouden. Waarschijnlijk is het aantal voetballers dat principieel niet op zondag wil voetballen dus redelijk gelijk gebleven. Sinds 1940 is het zaterdagvoetbal echter van een marginaal verschijnsel sterk gegroeid. Dat is de verdienste geweest van de clubs zelf, die op een basis van een grote gemeenschapszin, boerenslimheid en een professionele zakelijkheid steeds verder zijn gegroeid. Die groei is echter wel veroorzaakt door het ‘inhuren’ van steeds meer voetballers en trainers, die allesbehalve zijn geselecteerd op basis van hun geloofsovertuiging. De selecties van de meeste topclubs uit het zaterdagvoetbal staan inmiddels bol van de spelers die ooit bij een zondagclub of een BVO hebben gespeeld. En dus zeker geen gewetensbezwaarde zijn.

In hun ambitie naar sportieve groei heeft het gros van de grote zaterdagclubs dus zelf langzaam maar zeker de scherpe randjes van haar principieel Christelijke signatuur afgevijld. Waarom is het dan zo gek om afspraken uit de voetbaloudheid eens te heroverwegen. Zoveel water hoeven de zaterdagclubs immers niet bij de wijn te doen. Thuiswedstrijden kunnen gewoon op de vertrouwde zaterdag worden gespeeld, zodat er geen offers worden gevraagd van vrijwilligers, kader en behoudende gemeentebesturen. Slechts de spelers en hun begeleiding zullen af en toe op zondag moeten opdraven voor een uitwedstrijd. En dat is voor het overgrote deel van hen dus geen enkel probleem.

Wie wil profiteren van de lusten, zal ook de lasten moeten dragen. Vinden de clubs hun Christelijke principes desondanks belangrijker dan de sportieve ambities, dan is dat uiteraard ook geen probleem. Zij zullen dan echter wel genoegen moeten nemen met een iets minder prominente positie in het Nederlandse voetballandschap. In zaterdagvoetbalbolwerken als Rijssen, Genemuiden, Katwijk en Staphorst zal dat door de grootste politieke partij in hun gemeenschap, de SGP, waarschijnlijk met instemming worden begroet. In hun partijprogramma wordt topsport immers nog altijd gerelateerd aan de woorden sportverdwazing en mensvergoding.

Deel dit bericht

Deel het bericht

Facebook
WhatsApp
X
LinkedIn
Email een vriend

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vv Muntendam 100 jaar voetbal

Muntendam bestaat in mei honderd jaar

De voetbalvereniging Muntendam, ooit opgericht door Sander Hoving, bestaat op 20 mei van dit jaar precies honderd jaar. De voorbereidingen voor een groots jubileumfeest zijn