Evert Jan Siderius

Evert Jan Siderius en Kees Vlietstra samen op pad

Door Administrator

Evert Jan Siderius riep hem na; ‘Hé Vlietstra, waar ga je heen?’ Gebogen stond Kees Vlietstra voor een fiets. Hij vertelt: “Ik probeerde het kettingslot te openen. Dat lukte niet. Mijn oog hand coördinatie liet me in de steek. ‘#*!’ schreeuwde ik naar het slot wetende dat door God aan te roepen het slot niet zou openspringen. Toch herhaalde ik gefrustreerd de uitroep. Het was zaterdagnacht, een uur of drie ergens in het jaar 1995. Grote Markt, Groningen. Ik zat tot mijn wenkbrauwen vol met bier en had in een helder moment besloten om naar huis te gaan. ‘Hé Keessie’ hoorde ik nu vaag boven me, ‘waar gaat de reis naar toe mienjong?’

Kees Vlietstra op de schouder bij Evert-Jan

Langzaam draaide ik mijn hoofd en keek in het grote stralende gezicht van Evert Jan Siderius. ‘Wat denk je? Ik ga naar huis. Als ik dat slot open krijg tenminste.’ Evert Jan keek me smalend aan. Daarna verlegde hij zijn gezichtsveld naar het kettingslot waar ik mee stond te prutsen. ‘Misschien helpt het als je je eigen slot probeert te openen’ zei hij terwijl hij mijn fiets aanwees die twee meter verder tegen het stadhuis stond. Ik herhaalde nogmaals mijn uitroep naar God. Evert Jan Siderius begon te bulderen. Evert speelde als professioneel basketballer bij Donar. Hij mat op blote voeten twee meter en 6 centimeter. Daar kon ik als middelmatig korfballertje niet tegen op.
‘Je gaat helemaal nog niet naar huis’ zei Evert Jan. ‘We gaan nog even aan de wandel.’ ‘Echt niet,’ begon ik, ‘ik ga naar huis. Grote vent die mij nu nog mee krijgt.’
Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Twee seconden later lag ik in de brandweergreep over de linker schouder van de center van Donar. Evert banjerde met grote passen richting Vismarkt. Ik beukte met mijn vuisten op zijn rug. Geen reactie. Bij mij wel. Ik werd een beetje misselijk. Op een metertje van mijn gezicht schoten de kinderkoppies van de Vismarkt onder me door. Het rook naar vis. Er was overdag markt geweest en het had de hele dag en nacht gemotregend. De geur van vis, het klotsende bier en het feit dat ik al tweehonderd meter op mijn kop hing bracht mijn inwendige organen in opstand. Ik sloot mijn ogen. Dat hielp een beetje. ‘Laat me los of ik kots je kontzak vol, lange dweil’ siste ik.

Evert Jan Siderius met Kees Vlietstra op weg naar het feest

Als reactie versnelde Evert zijn pas. We passeerden der Aa-kerk en kwamen uit in de Brugstraat. Ik had werkelijk geen idee waar de Fries, ook dat nog, naar op weg was. Ik gaf nog een paar beuken op zijn rug wetende dat hij toch niet zou reageren. In de Eredivisie van het basketbal was Evert Jan wel wat meer gebeuk gewend. Evert Jan was een hardwerkende, voor Nederlandse begrippen goede center, die het duel niet schuwde. Goed schot maar ja, zo traag als een Nederlandse center van 2 meter 6 uit Beetgum. Van die traagheid merkte ik hangend over de schouder van Evert Jan helemaal niks.
De loopsnelheid was inmiddels opgevoerd naar lichte looppas. Dit kostte EJ totaal geen moeite. Onder zijn coach Glenn Pinas was hij niet anders gewend. Vergeleken met de duizenden suïcide drills in sporthal Vinkhuizen was dit kinderspel. Mijn gezicht klapte bij elke stap bijna op de kont van Siderius. Ik probeerde er in te bijten. Lukte niet door matige kaakcoördinatie . Ik was er nu echt wel een beetje klaar mee. Evert minderde plotseling vaart en binnen twee stappen stond hij stil. Hij zwiepte me over zijn hoofd en zette me keurig op de straat. Ik wankelde. Mijn benen voelden als rubber. Langzaam stroomde het bloed, en het bier, van mijn hoofd naar mijn benen. ’Eindpunt van deze reis’ schreeuwde Evert.

Albertus Magnus

We stonden voor de studentensociëteit van Albertus Magnus. Dronken studenten waggelden vanuit de hoofdingang de trap af op zoek naar hun fietsen. Corpsballetjes, dat zag ik direct. Ik werd geduwd. Voordat ik kon uithalen greep EJ me weer vast en duwde me de trap op. Aan een tafel bij de ingang zat een meisje. Een beeldschoon meisje. Ze keek ons glimlachend aan. ‘Het concert is bijna afgelopen. We gaan zo sluiten.’ Ik keek Evert aan. ‘Concert? Wat voor concert lange dweil. Wat doen we hier man?’ EJ negeerde me. De studente gaf uitsluitsel: ‘We hebben hier bij Albertus een concert van ‘Van Dik Hout’.’ ‘Ook dat nog’ wist ik nog uit te roepen voordat Evert me langs de portier duwde. Die zag de omvang van Evert en deed gewillig een stapje opzij. In de grote zaal was Van Dik Hout bezig met de toegift. Zanger Martin Buitenhuis zong met zijn ogen dicht ‘Stil in mij’. De studenten schreeuwden mee. Het was nou niet bepaald stil in mij. Evert duwde me twee plastic glazen bier in mijn handen. ‘Mooi hè?’ riep hij in mijn oor. Hij bedoelde waarschijnlijk de muziek. Ik keek naar de plastic glazen bier. Beleefd knikte ik maar van ja. ‘Mooi man.

Dat waren nog eens tijden. Terug naar de onze

2013 was met de wetenschap van bovenstaand verhaal een bijzonder jaar. Jaren later kwam ik terug op de plek waar ik ooit over de schouders van de center van Donar om 3 uur ’s nachts richting een concert van Van Dik Hout werd gedragen. Het was 2013 en ik kwam uitgemergeld over de finishlijn van de 4 mijl van Groningen. Ik bedoel natuurlijk de Vismarkt.
Voor de eerste keer heb ik in 2013 meegelopen in de 4 mijl van Groningen. En dat méélopen moet u heel letterlijk zien. Mee gelopen. Toch een mooi evenement, mooi parcours, mooie mensen en een geweldige ontvangst op de Vismarkt. Het publiek voelde dat er iets ongelofelijks stond te gebeuren. Dat publiek had me eerder al als zogenaamde ‘haas’ de Kenianen en Ethiopiërs over de streep zien trekken, twee uur later liep uw hazewindhond uit Engelbert in het recreatieveld een persoonlijk record van 48 minuten en 12 seconden. Het publiek stond op de banken. Ik lag eronder.

Sint Maarten

2013, bijzonder jaar. Op 11 november van afgelopen jaar wilden onze jongens voor het eerst ‘echt alleen’ Sint Maarten lopen. Zonder pappa en/of mamma dus. Mijn gedachten dwaalden bij dit verzoek direct af naar mijn eerste keer ‘echt alleen’ lampion lopen. Met twee vriendjes stond ik in 1981 voor de studentensociëteit van Albertus Magnus in de Brugstraat. Lampion in de ene hand en een plastic zak voor het snoepgoed in de andere hand. Dronken studenten waggelden vanuit de hoofdingang de trap af op zoek naar hun fietsen. Corpsballetjes, dat zag ik direct. Ik werd geduwd. Ik was 11 jaar en had een hekel aan geduw. Voordat ik kon uithalen greep mijn vriendje me echter vast. Hij duwde me de trap op. In de grote zaal stond in het midden een grote bar. Voor de bar hadden de studenten een mega trap gebouwd. Van tafels en krukken. Het was de bedoeling dat de kinderen met een lampion via de trap op de bar klommen.

U vraagt wij draaien dachten we en binnen 3 stappen stond ik met mijn twee vriendjes op de bar in een studentensociëteit. Lampion in de ene en een plastic tas in de andere hand. De student achter de bar deed zijn armen in de lucht en riep heel hard om stilte. Dat werd het warempel. Alle studenten keken naar ons. Met een glas bier, of pils zoals ze daar plegen te zeggen, in de ene en een ander glas pils in de andere hand. Mijn vriendjes keken mij aan. Het werd behoorlijk stil in mij. Met mijn rechter voet gaf ik de maat aan. A capella zongen we ons mooiste Sint Maarten liedje. Iets met koeien en staarten en meisjes met rokjes. Het was een succes nummer. De studenten braken de tent af en gilden om een toegift. Publiekspelers als we waren zongen we nog een liedje over een juffrouw die heel gierig was en Kikkerbil heette. De studenten werden helemaal gek. De barstudent zette 6 borrelglaasjes op de bar. Uit de koeling toverde hij een fles Pepsi cola en vulde de glaasjes. ‘Mooi hè?’ riep mijn vriendje me in mijn oor. Ik keek naar de Pepsi fles. Beleefd knikte ik maar van ja. ‘Mooi man.’

MFC Engelbert Afterpary

2013 was ook het jaar dat de beste band van Nederland, De Dijk, een sabbatical inlaste. Voor het eerst in jaren geen emotioneel meezing festijn met mijn broertje in de Oosterpoort. Jammer. Of eigenlijk een doodzonde van Huub van der Lubbe en consorten.
Tradities moet je namelijk koste wat kost in ere houden. Daar mag niemand aan komen. Daar blijf je met je poten van af. Of het nou Sint Maarten, Zwarte Piet, Serious Request, de 4 Mijl van Groningen, Coca Cola of De Dijk in de Oosterpoort is: afblijven! De Heerensociëteit ‘In Den Engel’ heeft dat principe goed begrepen.
Al jaren organiseert dit groepje mannen van middelbare leeftijd een spinningmarathon. Het is de laatste jaren uitgegroeid tot een traditie. En daar blijft iedereen van af. In het MFC van Engelbert kunt u voor een tientje een uurtje spinnen. De gehele opbrengst gaat naar het UMCG kanker research-fonds. Na afloop van het spinnen is er live muziek van De BMA band. Een Dijk van een band mag ik wel zeggen, met een repertoire dat Van Dik Hout gaat. Komt allen! En in Engelbert beginnen we traditiegetrouw direct met de after party. Mooi man.

Wanneer: zaterdag 15 februari 2014

Waar: MFC Engelbert

U bent van harte welkom. Er zijn nog (enkele) kaarten. U wordt niet thuisgebracht. Ook niet door EJ.

Groetn

Kees Vlietstra

Deel dit bericht

Deel het bericht

Facebook
WhatsApp
X
LinkedIn
Email een vriend

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer van Administrator

vv Muntendam 100 jaar voetbal

Muntendam bestaat in mei honderd jaar

De voetbalvereniging Muntendam, ooit opgericht door Sander Hoving, bestaat op 20 mei van dit jaar precies honderd jaar. De voorbereidingen voor een groots jubileumfeest zijn