De coronafluim

Enkele maanden geleden was het uitbraken van een fluim nog ‘de gewoonste zaak van de wereld’. Akkoord, een dergelijk uitwerpsel via de mond verdiende niet meteen de schoonheidsprijs, maar 

de gevolgen voor de dader bleven altijd uit. Het produceren van een fluim op het voetbalveld werd, mits het geen directe treffer voor een tegenstander opleverde, als een maatschappelijk goedgekeurde daad beschouwd. We kunnen op dit moment niet oordelen of het spugen op de voetbalvelden na de coronacrisis toegestaan gaat worden. Ik denk het eerlijk gezegd niet, want de maatschappelijke veroordeling van het spugen tijdens de coronacrisis is in mijn ogen terecht hevig toegenomen. Ik en vele anderen met mij, reageerden met afschuw als er weer eens een op heterdaad betrapt onverlaat de richtlijnen van de maatregelen voor het voorkomen van besmetting van corona op brute wijze in de wind sloeg. De kwaadheid van de agressieve boosdoeners werd regelmatig geuit met een walgelijk spuuggedrag. Gelukkig werden deze boosdoeners daarna bestraft met forse gevangenis- en taakstraffen.

Fluimers

In maatschappelijk opzicht reageerde men in het verleden een stuk milder ten aanzien van een spuger. Niet dat spugen de mooiste aanblik veroorzaakte, maar directe gevolgen bleven meestal uit voor de daders. Ik werd ook regelmatig geconfronteerd met de producerende ‘fluimers’. Ik kan me herinneren dat ik jaren geleden in het centrum van de stad Groningen een grote man van middelbare leeftijd passeerde. Opeens hoorde ik een rochelend geluid. Grrr, grr…… De man tuitte zijn lippen en verzond opeens met volle kracht een grote prop spuug in de richting van een door een muurtje afgescheiden tuin. De speekselprop spatte met volle kracht uiteen op het aftandse misvormde muurtje. De man staarde zijn uitbraaksel vol voldoening na. De dunne kwijl stroomde in langzaam tempo in dunne straaltjes naar beneden en vond vervolgens na luttele seconden haar eindpunt in de zanderige opeengehoopte massa onderaan het muurtje. ‘Goed
gemikt’, leek hij vol bewondering over zijn eigen prestatie te denken. Ik was die mening ook wel toegedaan, maar kreeg ook andere bijgedachten.

Ordinair

Mijn gedachten zweefden door de spugende man meteen naar gebeurtenissen op het voetbalveld. De associatie van het spugen met het edele voetbalspel werd door mij snel gemaakt.
Ik loop al heel wat jaren mee bij het voetbal en heb in de loop der jaren talrijke fluimen op de voetbalvelden door de lucht zien zweven. Spugen in het openbaar komt in mijn ogen en in die van vele anderen toch wel een tikkeltje ordinair over, maar ben er wel mee opgegroeid dat spugen op de voetbalvelden volledig geapprecieerd is. Het hoort gewoon een beetje bij de imago van de doorsnee stoere voetballer.

China

In De Dikke van Dale wordt fluim omschreven als uitgespuwd slijm of rochel. Voor de
meesten onder ons is spugen echter niet erg smaakvol. In maatschappelijk opzicht is in
de westerse wereld de fluim zeker niet een vanzelfsprekende gewoonte. In China
wel. Chinezen spugen continu bijna allemaal en overal zonder enige schaamte.
Het maakt ze niet uit waar: op straat, in de winkel, in de tuin, in het bos en
vooral op straat. De straten in de grote steden liggen dan ook dagelijks bezaaid
met een enorme hoeveelheid grote fluimen. In de zomer is dat minder problematisch.
De rochels drogen door de hitte snel op en zijn dus minder opvallend. In de
winter daarentegen blijven de fluimen langdurig op de straten liggen. De
Chinezen vonden dat niet erg, want een gevleugelde uitspraak was daar altijd: ‘een
rochel in de morgen is een dag zonder zorgen’. Je moest echter in het land van de rijzende zon wel oppassen om niet uit te glijden over de overal liggende glimmende fluimen. Chinezen spugen dus altijd en overal. Het lijkt wel of die gewoonte bij ze hoort.

Voetbalfluimen

Bij ons vindt het produceren van de fluim volgens mij vooral op de voetbalvelden plaats. Wij kruipen dus in de stadions en op achteraf gelegen amateurveldjes in de huid van de Chinezen. Wij vonden het tot aan de coronacrisis namelijk zo langzamerhand ook normaal dat er op de voetbalvelden stevig gefluimd werd. Ik kan me tenminste geen andere door veel mensen bezochte plaats voor de geest halen waar de fluim ook de normaalste zaak van de wereld is.

Andere sporten

De fluim is volgens mij ook geen geaccepteerde gewoonte bij andere sporten. Ik heb tijdens mijn leven al heel wat sportwedstrijden live en op de televisie mogen volgen. Ik zag bij het volleybal bijvoorbeeld nooit een fluim door het net in het veld aan de tegenpartij belanden. Om maar te zwijgen over een schaker die tegenover zijn opponent het hele schaakbord vol rochelt. Misschien dat een wielrenner of een rugbyspeler sporadisch een fluim onopgemerkt laat verdwijnen, maar daar houdt het ongeveer wel mee op.

Buiten het veld wordt volgens mij normaal gesproken helemaal niet gefluimd. Dat zou ook helemaal geen pas geven. Ik zie het al voor me dat onze minister president Mark Rutte met een hartstochtelijke grijns op zijn gezicht een welgemikte fluim in de richting van Geert Wilders verzendt. Angela Merkel begroet haar Franse gast president Macron op het vliegveld ook vast niet op een kolossale goed bedoelde Duitse rochel.

Speurwerk

De fluim is dus een typisch bij de voetbalsport horend verschijnsel. Na enig speurwerk
kunnen we vaststellen dat er kwaadaardige fluimen en meer vriendelijke en opluchting veroorzakende fluimen bestaan.

Kwaadaardige fluim

De kwaadaardige fluim neemt de plaats in van onder andere gemene elleboogstoten, onbeheerste tackles en knokpartijen. De kwaadaardige fluim is vooral bedoeld als wapen om je tegenstander tot op het bot te vernederen. Tijdens de coronacrisis werden we hier helaas regelmatig mee geconfronteerd. Bij het voetballen herinnert vooral de oudere generatie zich vast nog wel het spuugincident van onze ‘keurige’ international Frank Rijkaard. De rasvoetballer verzond als wraakactie tijdens de WK van 1990 in Italië een kleverige fluim in de krullen van zijn Duitse irritante opponent Rudi Völler.

Vriendelijke fluim 

De vriendelijke fluim die we tot voor kort op het voetbalveld zonder kwade bedoelingen regelmatig konden aanschouwen, kunnen we in categorieën verdelen. We onderscheiden de sierlijke fluim, de doelgerichte fluim en de neusfluim.

Sierlijke fluim

De sierlijke fluim spreekt voor de meer verfijnd ingestelde fluimbewonderaar het
meest tot de verbeelding. Alleen al de uitvoering van de sierlijke fluim getuigt
van een waar kunststukje. De uitvoering is namelijk niet eenvoudig en vereist minutieuze
oefening. Allereerst moet er flink geschraapt worden. Pas als de mond volgelopen
is met sappig speeksel kan er tot daden overgegaan worden. Het volgende
vereiste is dat de lippen in de juiste ronding gevormd moeten worden tot een soort
nauw maar goed doorlaatbaar fluimpistool. Een te kleine ronding zal de volledige
uitbarsting van de fluim tegenwerken en een te grote ronding werkt belemmerend
voor de vooraf ingeschatte afstand, voor de precisie van het vooraf bepaalde
doel en voor de prachtige boogvorming.

Doelgerichte fluim

De doelgerichte fluim ziet men samen met de neusfluim het vaakst op de voetbalvelden. Het is
een gewone simpele snelle slijmafscheiding uit de keel, waarbij er op het eerste gezicht nauwelijks vertekening van de mond ontstaat. Binnen in de mond van de maker van de neusfluim wordt echter met behulp van tong en tanden een ware explosie voorbereid. Deze aanmerkelijk kleinere fluim dan de sierlijke fluim vliegt normaal gesproken met een enorme snelheid op haar doel af. We kunnen de fluim van Rijkaard zonder meer rekenen tot de doelgerichte fluim.

Neusfluim

Tot slot hebben we nog de neusfluim. Met grote regelmaat zie je tijdens wedstrijden spelers met
een duim een neusgat dichtdrukken om vervolgens met een hevig gesnuif vanuit het
andere neusgat de gevormde aanwezigheid van slijm in het geopende neusgat als een
soort katapult weg te schieten. Het bijbehorende geluid klinkt als een soort gesmoord
gesnik. Talrijke voetballers maken gebruik van de neusfluim, maar ook trainers
kunnen het niet laten om met grote regelmaat op het veld en vanuit de dug-out een neusfluim te produceren.

Turven

Voor de coronacrisis volgde ik eens een aantal voetbalwedstrijden via de televisie. Ik besloot vooraf eens te turven hoeveel keer de fluim zichtbaar werd. Na een uur ben ik maar gestopt met turven. Intussen is vooral door de coronacrisis de maatschappelijke afschuw voor het spugen enorm toegenomen. Ik vermoed dat de afkeer van het spugen ook op de voetbalvelden zichtbaar gaat worden. Het is logisch en begrijpelijk dat een spugende voetballer straks op de vingers getikt gaat worden. Ik heb me voorgenomen om dan maar weer eens te gaan turven.

Delen

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on email
Email een vriend

Word lid van onze nieuwsbrief​