Hoe ben je bij Blauw Wit ’34 terechtgekomen?
“Ik speelde veldvoetbal bij Hardegarijp, maar bij Blauw Wit ’34 in de zaal. Ik heb een aantal jaren geleden mijn kruisbanden gescheurd en daardoor drie jaar nauwelijks kunnen voetballen. Toen ik eindelijk weer op het veld kon staan, belde Blauw Wit ’34 me met de vraag of ik bij hen wilde voetballen. Ik wilde altijd wel een stapje hogerop, dus heb ik meteen toegezegd.”
Je speelt nu in de eerste klasse. Hoe gaat het tot nu toe?
“We zijn vorig jaar gepromoveerd. In het begin ging het boven verwachting, maar de laatste weken gaat het, mede door blessureleed, wat minder. We staan nu in de middenmoot. We hebben een wedstrijd minder gespeeld, maar het gat met de hekkensluiter is klein. De doelstelling voor dit seizoen is handhaving.”
Je hebt dit seizoen al acht doelpunten gemaakt. Meer dan je eerder ooit in één seizoen hebt gemaakt. Hoe kan dat?
“Sinds eind vorig jaar speel ik in de spits. Dat was uit nood geboren, maar het gaat goed. In de jeugd ben ik begonnen als voorstopper en pas in het laatste jaar werd ik als aanvallende middenvelder opgesteld. Dat is de positie waar ik de laatste jaren heb gespeeld. De laatste wedstrijden sta ik ook weer op ‘de tien’, maar de spitspositie is toch ook mooi.”
Wat wil je nog bereiken met Blauw Wit ’34?
“Dit seizoen is het belangrijk dat we ons handhaven in de eerste klasse, maar ik zou het fantastisch vinden als we over een paar jaar kunnen promoveren naar de hoofdklasse.”
Je bent met 29 jaar de nestor van het elftal. Hoe lang blijf je nog voetballen?
“Haha. Ik ben inderdaad de oudste van het elftal. Ik denk dat ik nog wel een paar jaartjes mee kan. Zolang ik het fysiek vol kan houden, wil ik blijven spelen. Vorig jaar was het een hoogtepunt toen we promoveerden naar de eerste klasse, maar ik wil ook nog wel eens in de hoofdklasse spelen met Blauw Wit ’34.”

